Azatin: groen, brede werking en veilig voor biologie en gewas

16-07-2019    08:30   |    Goedemorgen

De balans in gewasbescherming verschuift duidelijk van chemie naar biologie en biorationals (middelen van natuurlijke oorsprong). Biorational Azatin heeft in korte tijd naam gemaakt vanwege zijn brede werking en zachtheid voor het gewas. Peter Verhoogt van plantenkwekerij Nolina heeft er goede ervaringen mee.

Azatin is een vloeibaar middel met de werkzame stof azadirachtine-A, afkomstig uit de neemboom. Neemproducten maken het gewas minder aantrekkelijk voor plaaginsecten. Azadirachtine wordt ook opgenomen door het gewas. Schadelijke insecten (trips, mineervlieg, wittevlieg, luizen, kevers en rupsen) die door de spuitvloeistof worden geraakt of de werkzame stof via plantsappen binnenkrijgen, gaan daar binnen enkele dagen aan dood.

“Bij veel biorationals is sprake van een opbouweffect en dat geldt ook voor Azatin”, legt technisch specialist Irma Lukassen uit. “Het houdt in dat meerdere bespuitingen nodig zijn om een maximaal effect te bereiken. Ons advies is een blokbehandeling van vier toepassingen in vier weken.”

Wanneer de eerste blokbehandeling plaatsvindt voordat de biologie in de kas komt, draagt dat bij aan een schone start en stelt het de opbouw van plaagpopulaties echt uit. Bovendien is dit het enige neemproduct zonder olie, waardoor het zacht is voor het gewas.
 
Potrozen
Productiemanager Peter Verhoogt is verantwoordelijk voor de gewasbescherming bij plantenkwekerij Nolina uit Woubrugge, waar zowel buiten als onder glas wordt geteeld. “Een belangrijk product in ons assortiment is de potroos, die we jaarrond in kassen telen”, vertelt hij. “Daarin hebben we te maken met verschillende plagen, zoals trips, luis, spint en diverse rupsen, waarvan Duponchelia de voornaamste is. Azatin gebruiken wij al zolang het is toegelaten. Het werkt goed tegen trips, bestrijdt ook luizen en rupsen en de roofmijten hebben er geen last van. Dat is een groot voordeel. Meeldauw vormt in onze teelt geen probleem en zwavelen doen we al meerdere jaren niet meer. Dat is beter voor de assimilatielampen en voor de biologie, met name de roofmijten.”

Ruime ervaring
Verhoogt zit al twintig jaar in het vak en heeft tien jaar ervaring met biologische gewasbescherming. “Het belang van biologische bestrijders en groene middelen wordt steeds groter”, zegt hij. “Ik schat dat hier nu 90% van de plaagbestrijding op die manier plaatsvindt. De laatste 10% heeft vooral betrekking op plaatselijk corrigeren en – alleen indien strikt noodzakelijk – op het schoonspuiten van producten voor aflevering. Veel afnemers hebben een waslijst aan bovenwettelijke eisen, dus vergroenen is gewoonweg noodzaak.”

De productiemanager werkt nu vijf jaar intensief met groene middelen. “Vanwege de nultolerantie aan het einde van de teelt was ik sceptisch, maar de resultaten vallen me erg mee”, verklaart hij. “Onze zoektocht heeft een tamelijk robuust systeem opgeleverd, dat het gewas mooi schoonhoudt.”

Teeltcyclus en behandelschema
De opbouw van het systeem begint bij het insteken van de stekjes in het substraat, dat daarvoor wordt aangegoten met insectenparasitaire aaltjes. Na de bewortelingsfase (9 tot 11 dagen) gaat het vliesdoek eraf en volgen er twee behandelingen met een bacteriepreparaat tegen rupsen en het luizenmiddel Flipper. Verhoogt: “Daarmee kunnen we volstaan tot de snoei, die meestal 28 dagen na het stek steken plaatsvindt. Vóór de snoei pas ik liever geen Azatin toe, omdat het scheutje dan nog extreem gevoelig is voor vrijwel alle middelen.”

Na de snoei houdt de productiemanager de trips en groene luizen kort met een preventieve blokbehandeling, bestaande uit drie toepassingen van Azatin en Flipper, gevolgd door twee solobespuitingen met het laatstgenoemde middel. Het spuitinterval bedraagt telkens zeven dagen.
“Azatin werkt goed tegen trips en heeft een welkome nevenwerking tegen luizen, mijten en rupsen, die na iedere bespuiting toeneemt vanwege het opbouweffect”, licht hij toe. “Flipper is sterk tegen luis, maar werkt onvoldoende tegen andere plaaginsecten. Azatin bestrijdt deze wel effectief.”

Plaatje nog niet compleet
Bij een oplopende tripsdruk zet Verhoogt onder de teelttafels bodemroofmijten uit ter bestrijding van de poppen. Hij zoekt nog een afdoende biologische oplossing tegen spint, die in het vroege voorjaar (vóór de snoei) wordt bestreden met Scelta en Milbeknock. Als Duponchelia voor het snoeien de kop opsteekt, vindt ook daartegen een correctie plaats.

“Het vergroeningsplaatje is dus nog niet compleet, maar op deze wijze houden we de verschillende plagen gedurende de teelt goed binnen de perken”, vat de plantenkweker samen. “Het is wel een prijzig systeem en niet iedere klant is direct bereid om daarvoor wat meer te betalen. Wij gaan discussies daarover niet uit de weg; wie goede sier wil maken met duurzaam geteelde planten, moet ook bereid zijn om de kosten te dragen.”


Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties

Reageer op dit bericht

Meer nieuws

Alle waterstromen risicovol

Recent is het eindrapport ‘Waterstromen afwijkend van drainwater’ uitgebracht. In dit rapport worden de resultaten beschreven van een...